· 

Beginnen met tuinieren

Beginnen met tuinieren.

Wie al langer tuiniert weet al veel over de tuin. Dingen zoals zaaien, verplanten, wieden zijn dan al bekend. Voor beginnende tuinders geef ik het advies om met een klein stukje grond te beginnen. Neem eerst eens een stukje van maximaal 50 tot 100 vierkante meter. Je zal zien dat het toch meer werk is dan je denkt.

 

Begin makkelijk.

Maak je tuin vrij van onkruid. Schoffel alles af en hark het onkruid op de composthoop. Richt de tuin grofweg in. Bepaal waar de paadjes komen en waar je eventueel wat struikjes wil zetten zoals bessen, bramen of frambozen. Bepaal ook waar de beden komen. Houdt deze niet te breed, zodat je overal goed bij kan. 1 meter of 1,2 meter is een mooie breedte. Verbeter de bedden eventueel met enkele centimeters compost.

 

Koop in het voorjaar eens bij het tuincentrum enkele plantjes. Zo ziet het er meteen leuk uit en heb je snel iets te oogsten. De keuze is reuze. Je kan uitzoeken: andijvie, meerdere soorten sla, preiplantjes, rode bieten, kruiden en vele soorten kool. De plantjes zijn tot het einde van de zomer te koop. Zet ook eens een paar aardbeiplantjes.

 

Natuurlijk wil je ook iets zaaien. Radijsjes en spinazie zijn snel klaar. Ook worteltjes en courgettes zijn erg leuk om te zaaien. Op de achterkant van het zaadzakje staat meestal wanneer en hoe je moet zaaien. Zaai op regeltjes en plaats stokjes aan het begin en het einde van de regeltjes. Zo weet je waar je iets gezaaid hebt. Je kan ook gebruik maken van steeketiketten, waar je op schrijf wat je gezaaid hebt. Gebruik hier dan wel een UV-bestendige stift, anders is de text al snel verdwenen. Vergeet niet om elke dag wat water te geven, want beginnende plantjes hebben nog niet voldoende wortels en kunnen dus snel uitdrogen.

 

De tuin bijhouden.

Probeer de tuin zo goed mogelijk bij te houden. Het klink als vanzelf sprekend, maar het valt vaak toch niet mee. Ga elke week naar de tuin om daar een uurtje of meer lekker bezig te zijn. Ook als het niet zulk mooi weer is zal er toch gewerkt moeten worden. Maar meestal zijn er genoeg droge momenten om toch even naar de tuin te gaan. Schoffelen en wieden zijn cruciaal. Onkruid groeit immers sneller van je groenten. Als je tuin te smerig word, zal er niet terecht komen van je groenten. Maar wat nog vervelender is: Als je tuin te smerig wordt, is het helemaal niet leuk meer om in de tuin te werken. 

 

Grotere delen die nog leeg leeg zijn kan je gemakkelijk schoffelen. Ook tussen de regeltjes kan voorzichtig geschoffeld worden. Maar kijk natuurlijk wel uit dat je niet je groente onderste boven schoffel. Na het schoffelen kan er gewied worden. Zo word de onkruid voorzichtig tussen je plantjes verwijderd. Pak het onkruid zo laag mogelijk en trek het met wortel en al de grond uit.

 


Als het mooi weer is, kan je het onkruid ter plaatse op de grond laten liggen. De zon zal het doen verdrogen en binnen korte tijd is er niet veel meer van over. Als het regent kan je beter het onkruid op de composthoop gooien.

 

Meer smaak.

Het zal je al snel opvallen dat groente van eigen tuin veel meer smaak heeft. Dit heeft ook een nadeel, zelf koop ik nooit meer aardbeien in de winkel (Deze hebben maar weinig smaak). Alles van de tuin is veel lekkerder.

De planten krijgen immers de tijd om te groeien en worden niet met warmte, licht en stikstof te snel opgekweekt. Zeker aardbeien, tomaten, sperziebonen en bietjes zijn echt veel lekkerder van de tuin.

 

Gezelligheid.

Vaak liggen volkstuinen of moestuinen op een tuinencomplex. Dit zijn meerdere tuintjes bij elkaar. Voor een paar euro kan je daar een tuin huren. Dit heeft het grote voordeel dat er ook vaak andere tuinders aanwezig zijn. Maak eens een praatje met je buren/medetuinders. Zij hebben vaak al veel ervaring en zo leer je al snel meer over het tuinieren. Ook kan je soms plantjes krijgen/ruilen, zoals sla, andijvie, kool of tomatenplanten.

Zo wordt tuinieren ook een gezellige en sociale bezigheid.

 

Wat zijn de kosten van een tuin?

De kosten voor een tuin kunnen behoorlijk variëren. Waar je tuin en hoe je tuin maken heel veel verschil in de kosten. We zullen hier een aantal zaken bespreken.

 

De tuinhuur.

De tuinhuur kan enorm verschillen. Dit varieert van 15 cent per vierkante meter tot soms wel meer dan 1 euro per meter. Dit is geheel afhankelijk van de organisatie en de locatie. 

 

Gereedschap.

Als je net begin heb je gereedschap nodig. Bijvoorbeeld een schep en een schoffel. Dit kan je zo duur maken als je zelf wilt. Koop geen schep of schoffel van 10 euro. Hier krijg je ongetwijfeld spijt van. Een te goedkope schoffel is al snel bot, waardoor het erg zwaar is om ermee te werken. Dit geld ook voor een schep. Natuurlijk hoef je ook niet te beginnen met een schoffel of schep van 100euro per stuk. Mijn advies zou zijn om in het begin gereedschap te kopen uit de middenklasse. Betaal bijvoorbeeld ongeveer 30euro voor een schoffel of schep. Dan heb je gereedschap van een redelijke kwaliteit. 

 

Daarnaast kan je een vork of een hark kopen. Ook een goede snoeischaar is vaak wel gewenst. Verdeel je aanschaf. Begin rustig. Koop later bij wanneer je iets nodig hebt. Zo blijft het betaalbaar.

 

Water.

Zaad, plantjes, pootgoed.

Het leuke van zelf je eigen groente kweken is dat er heel veel soorten zijn om uit te zoeken. Zo is er bijvoorbeeld zaad van meer dan 20 soorten sperzieboontjes te koop. Ook hier weer, begin rustig. Koop niet te duur zaad en zaai niet te veel tegelijk. De prijs van zakjes zaad loopt van 60 cent tot 4 euro. Plantjes van sla of kool kosten ongeveer 25 cent per stuk. Pootgoed voor uien of aardappels koop je per gewicht.

 

Overige benodigdheden.

Spullen die je ook nog nodig kan hebben zijn bijvoorbeeld:

  • Bamboestokken voor de klimbonen of de tomaten,
  • Netten om je fruit te beschermen tegen de vogels,
  • Gaas, zodat je erwten of peulen kunnen klimmen
  • Steeketiketten om aan te geven waar iets staat
  • Meetlint of duimstok om de plantafstand te bepalen
  • Kweekbakjes, zodat je kan voorzaaien
  • Mesje om te oogsten
  • Gieter om water te geven

Alles wat groeit heeft water nodig. Daarom is het zeker in de zomer nodig om water te geven. Dit kan in het begin gewoon met een gieter. Later, als je meer tuin hebt is een pompje wel handig. Maar daar komen veel meer dingen bij kijken.

 

Om water te geven met een gieter heb je een plek nodig waar je water vandaan kan halen. Dit kan een sloot zijn of een regenton. Regenwater is beter dan leidingwater. Als je een regenton kan bemachtigen is dat helemaal goed. Hierin word het water opgewarmd door de zon. Je kan hem vol pompen of het water opvangen door hem onder de regenpijp te zetten. Zo heb je altijd water bij de hand.

 

Leidingwater kan natuurlijk ook, maar is minder goed voor de planten. Er zitten allemaal toegevoegde stoffen in zoals chloor. Daarnaast is het natuurlijk ook duurder.

 

Te veel water is natuurlijk ook niet goed. Planten die te lang te nat staan zullen hier erg onder lijden. De wortels rotten af en ze kunnen daardoor niet voldoende voeding opnemen. Graaf dan een geul, zodat het water weg kan stromen.

 

Compost en mest.

Alles wat groeit heeft ook voeding nodig. Een stukje grond dat een tijd niet gebruikt is, heeft kunnen rusten. Hier zal de eerste tijd voldoende voeding inzitten. Daarna zal je de planten voeding moet geven.

 

Elke plant heeft zijn eigen voorkeur. Om dit makkelijker te maken zijn groenten in verschillende groepen ingedeeld.

  • Koolgewassen, hiertoe behoren alle koolsoorten, dus ook rapen, radijsjes, paksoi, enz
  • Wortelgewassen, zoals wortels, uien, prei, bieten, sjalotten, enz
  • Bladgewassen, zoals sla, andijvie, spinazie, enz
  • Peulgewassen, zoals bonen, erwten, enz.
  • Vruchtgewassen, zoals courgette, pompoen, tomaat, mais, enz
  • En eventueel een 6e groep, Aardappels 

Om de grond niet uit te putten, moet je de groenten afwisselen van plaats. Te lang dezelfde groente op dezelfde plaats geeft gegarandeerd problemen. Je kan gewoon wat aanrommelen, dat gaat prima. Je kan ook aan wisselteelt doen.

 

Voeding kan je op verschillende manieren toedienen.

 

Mest.

Het meeste gebruikelijke is mest. Dit kan oude koemest of paardenmest zijn. Maar je kan het ook kopen in een handige strooivorm, zoals gedroogde koemest, beendermeel, bloedmeel, kali of lavameel. Kunstmest kan ook, maar is niet goed voor de natuur.

Lees altijd de verpakking voor de aanbevolen hoeveelheid. Van te veel mest gaan de planten dood.

 

Compost.

Compost bestaat uit verteerde planten en plantenresten. Mooie compost ziet eruit als rulle potgrond. Hierin leven tal van micro-organisme die het voor de planten mogelijk maken om de voeding op te nemen. Zonder compost heeft je tuin niets aan mest. Compost heeft ook de eigenschap om voedingsstoffen vast te kunnen houden. 

 

Nog een belangrijke eigenschap van compost (in de grond) is dat het goed vocht kan vasthouden. Hierdoor droogt de grond minder snel uit. Een laagje compost op de grond zorgt ervoor dat de zon niet rechtstreeks op de aarde schijnt en werkt dus isolerend. De grond wordt minder warm en verdampt dus ook minder vocht. Dit noemen we mulchen.

 

Bloemen op de tuin.

Zet langs de randen van de tuin eens een regel met bloemen. Zowiezo is het leuk om met een bosje bloemen thuis te komen. Daarnaast zullen de insecten, zoals vlinders en bijtjes je dankbaar zijn. En wat ziet het er leuk uit als je aan kom fietsen.

 

Er zijn vele nuttige bloemen voor op de moestuin, zoals afrikaantjes, goudsbloemen, Oost-Indische Kers en Zonnebloemen.

 

Beestjes op de tuin.

Op een gezonde tuin zijn altijd beestjes. Wurmpjes in de grond. Vlinders en bijen op de bloemen. En vogeltjes in de bomen. Hoe meer diversiteit hoe beter dat is. Wat dan ook zeker aan te bevelen is, is een insectenhotel op de tuin, hier hebben we een aparte pagina voor geschreven.

 

Wel of niet spitten.


Spitten is een zware klus die erg veel vrije tijd in beslag neemt. Het gebeurd al eeuwen en veel tuinders vinden dat dit er gewoon bij hoort. Hoe krijg je de mest anders onder de grond?

 

Tegenwoordig gaan er steeds meer geluiden op dat spitten niet nodig is en zelfs onwenselijk is. Zelf spit ik al jaren niet meer. Ik breng de compost of oude mest in de winter bovenop de grond en het bodemleven brengt het wel naar onderen. Voordat de zomer voorbij is, is hier niets meer van te zien. Tegen die tijd zijn we alweer aan het mulchen. Dit scheelt een zware klus in het voorjaar en je bent veel eerder klaar om te zaaien. Als je niet spit is het wel zaak om vaste bedden en paden te hebben. Dan blijft de kweekgrond mooi los. Zo verstoor je het bodemleven niet en is je tuin veel gezonder. Misschien dat je iets meer wiedwerk hebt (dat zeggen ze), maar zelf ervaar ik dat niet zo. 

 

Uiteraard sta je vrij om hierover je eigen keuze te maken.

Je kan het ook allebei proberen door de helft van je tuin te spitten.

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0